Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 december 2014 in de zaak tussen
[eiser], te Elsloo, eiser
de korpschef van politie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
– samengevat weergegeven – het volgende.
Eiser stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van een willens en wetens foutief opgemaakte declaratie. Hij heeft nooit erkend dat hij opzettelijk de declaratie over augustus valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk van geldelijk gewin. Dit kan volgens hem ook niet worden afgeleid uit het verhoor van 18 december 2012.
Ten tijde van het opmaken van de declaratie bestond er veel onduidelijkheid over hoe declaraties moesten worden ingevuld en wanneer men wel of niet diende te declareren. Pas achteraf – na het inleveren van de declaratie – werd deze duidelijkheid geboden door middel van de e-mail van 31 oktober 2012. Bij de aanvang van de politieopleiding of anderszins vóór deze e-mail is nooit medegedeeld wat de juiste procedure is omtrent het declareren van dienstreizen. De onduidelijkheid is onder meer veroorzaakt door de e-mail van 2 februari 2012, waarin werd aangegeven dat “alle carpoolers alle ritten naar de politieacademie [mogen] declareren, ongeacht of hij/zij daadwerkelijk gereden heeft”. Ook de locatie Ossendrecht betreft een (onderdeel van de) politieacademie. Eiser heeft zodoende deze e-mail als leidend mogen beschouwen. Daarnaast bestaan er onduidelijkheden in zoverre dat in het Besluit nergens wordt uitgelegd wat de juiste handelswijze is met betrekking tot carpoolen. Volgens verweerder mag de term “eigen vervoer”, zoals gebezigd in het Besluit, niet worden uitgelegd als het meerijden met een ander. In het Besluit wordt deze term ook gebezigd in het kader van woon-werkverkeer. Bijna alle studenten declareerden in het kader van woon-werkverkeer echter hun reiskosten terwijl er gecarpoold werd. Indien dit niet is toegestaan betekent dit dat ofwel alle aspiranten ongeschikt blijken voor de politieopleiding, ofwel dat de fout dan wel onduidelijkheid aan de kant van de organisatie ligt. Eiser kan in ieder geval niet voor de onduidelijkheid en gemaakte fouten verantwoordelijk worden gehouden. Er is geen sprake geweest van plichtsverzuim.
Voorts stelt eiser zich op het standpunt dat er geen consequenties kunnen worden verbonden aan zijn verklaring in het verhoor van 18 december 2012, inhoudende dat zijn declaratie niet strookt met het Besluit. Eiser kreeg pas tijdens het verhoor te horen dat alleen gedeclareerd mocht worden wanneer er zelf gereden was. Daarop heeft eiser aangegeven dat zijn declaratie dan niet helemaal klopte. Hieruit blijkt geen willens en wetens foutief handelen; enkel onwetendheid. Eiser is van mening dat verweerder met onzorgvuldigheid en vooringenomenheid heeft gehandeld door de woorden die eiser in een bepaalde context heeft gezegd op een andere wijze te benaderen en door het onderzoek in een richting te sturen die niet strookt met de werkelijke gang van zaken. Het ernstige plichtsverzuim, zoals gesteld door verweerder, wordt enkel gemotiveerd door onjuistheden, zoals zijn foutief gelezen afgelegde verklaring, en met een verdoezeling van verweerders onduidelijke communicatie omtrent de wijze van declareren. Eiser heeft meermaals gedurende het onderzoek aangegeven dat deze onduidelijkheid er was. Hiertoe heeft eiser zelfs contact gezocht met zijn docent aan de politieacademie te Eindhoven, [docent]. Ook hij gaf aan dat er onduidelijkheden waren voor wat betreft het juist declareren. In tegenstelling tot hetgeen verweerder stelt heeft deze docent echter nooit de waarschuwing geuit dat enkel de bestuurder van de auto mocht declareren. Verweerder had getuigen moeten horen die ook kampten met de onduidelijkheden. Nu is er slechts uitgegaan van één enkele verklaring; die van medestudent [medestudent 2]. Deze persoon had echter voor het onderzoek reeds geen goede verstandhouding met eiser. Dit is bekend binnen de organisatie. Door enkel deze persoon te horen heeft verweerder niet met voldoende objectiviteit en zorgvuldigheid gehandeld.
Ten slotte stelt eiser zich op het standpunt dat uit het onjuist declareren geen ongeschiktheid voor de politiedienst kan worden geconcludeerd. Het niet beschikken over eigenschappen, mentaliteit en instelling die nodig zijn voor de uitoefening van de functie wordt nergens onderbouwd. Eiser had ingelicht moeten worden over de gemaakte fout en had de kans moeten krijgen om aan een eventuele ongeschiktheid te werken. Thans is er geen sprake van evenredigheid tussen het vergrijp en de consequentie. Hiertoe verwijst eiser naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (Raad) van 15 april 2010 (ECLI:NL:CRVB:2010: BM2246).
“Beste studenten die dit betreft, Van de academie hebben wij vernomen, dat een aantal van jullie hun schietinstructie in Ossendrecht zal krijgen. Jullie mogen deze reis als dienstreis declareren vanaf jullie woonplaats.Ons dringend verzoek aan jullie is om zoveel als mogelijk te carpoolen!!”.
Uit deze e-mail, die bij eiser bekend was, volgt dat er bij de reis naar Ossendrecht sprake was van een dienstreis en dat het niet ging om woon-werkverkeer. Reeds op grond hiervan is duidelijk dat de door eiser aangehaalde e-mail van 2 februari 2012 in het onderhavige geval toepassing mist. Deze zag immers enkel op woon-werkverkeer. Voorts kan uit de e-mail van 30 mei 2012 worden opgemaakt dat het geenszins de bedoeling was dat ‘dubbel’ gedeclareerd mocht worden bij carpoolen. Anders zou de daarin vermelde dikgedrukte zin geen doel dienen. Daarnaast bevat het Besluit naar het oordeel van de rechtbank, in tegenstelling tot hetgeen eiser betoogt, geen onduidelijkheden met betrekking tot het declareren van dienstreizen. Artikel 12, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit vermeldt immers dat er enkel sprake kan zijn van een vergoeding van € 0,28 per afgelegde kilometer voor het gebruik van een
eigenmotorvoertuig.
Beslissing
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar, niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 24 februari 2014, ongegrond.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 december 2014.