Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
eiseres,
advocaat mr. W. van de Wier;
[gedaagde 1],wonende te Vaals,
gedaagde sub 1,
advocaat mr. R.C.C.M. Nadaud;
2 [gedaagde 2], echtgenote van gedaagde sub 1, wonendete Vaals,gedaagde sub 2,advocaat mr. R.C.C.M. Nadaud;
3 [gedaagde 3],wonendete Nuth,gedaagde sub 3,verschenen in persoon.
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
“overeenkomst
3.Het geschil
4.De beoordeling
als vast zou staandat [gedaagde 1] c.s. zonder recht of titel in het appartement verblijven, van haar niet gevergd kan worden dat zij die situatie laat voortbestaan. Het probleem in het onderhavige geschil is echter dat dit niet vast staat.