ECLI:NL:RBLIM:2014:10715

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 december 2014
Publicatiedatum
11 december 2014
Zaaknummer
C/03/190207 / FA RK 14-1023
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:151 BWArt. 1:453 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ouders niet-ontvankelijk in verzoek echtscheiding vrouw in vegetatieve toestand

De ouders van een vrouw die sinds november 2009 in een vegetatieve toestand verkeert, verzochten de rechtbank om de echtscheiding tussen hun dochter en haar man uit te spreken. Zij stelden dat het huwelijk duurzaam ontwricht was en voerden aan dat zij als mentoren van de vrouw op grond van artikel 1:453 BW Pro over niet-vermogensrechtelijke belangen, waaronder een echtscheiding, moeten waken. De man betwistte het verzoek en stelde dat de ouders niet ontvankelijk zijn omdat zij de vrouw niet kunnen vertegenwoordigen in een echtscheidingsprocedure.

De rechtbank overwoog dat de wettelijke taak van de mentor zich beperkt tot verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding en dat een echtscheiding niet onder deze vertegenwoordiging valt. Daarnaast is volgens artikel 1:151 BW Pro een verzoeker die vanwege een geestelijke stoornis niet in staat is zijn wil te bepalen en de betekenis van het verzoek te begrijpen niet ontvankelijk. De vrouw verkeert in een vegetatieve toestand en kan haar wil niet bepalen, waardoor zij niet vertegenwoordigd kan worden in deze procedure.

Daarom verklaarde de rechtbank de ouders niet-ontvankelijk in hun verzoek tot echtscheiding. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De ouders van de vrouw worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot echtscheiding omdat zij de vrouw niet kunnen vertegenwoordigen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Familie en jeugd
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rekestnummer: C/03/190207 / FA RK 14-1023
Beschikking van 8 december 2014 betreffende de echtscheiding
in de zaak van:
[verzoekers (ouders vrouw)],
hierna te noemen de ouders van de vrouw,
wonende te Heerlen,
optredend als mentoren van
[vrouw],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. I.G.H. Aarts-Mulder, gevestigd te Heerlen,
tegen
[man (verweerder)],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de man,
advocaat mr. E.R.T.A. Luijten, gevestigd te Heerlen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van de ouders van de vrouw, ingekomen op 15 april 2014;
- het verweerschrift van de man, ingekomen op 26 juni 2014.
1.2.
De behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 27 november 2014.
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
- de ouders van de vrouw, bijgestaan door mr. Aarts-Mulder;
- de man, bijgestaan door mr. Luijten.

2.De beoordeling

2.1.
Vaststaat dat de man en de vrouw op [2006] te [huwelijksplaats] (Marokko) met elkaar zijn gehuwd.
Verder staat vast dat de vrouw in november 2009 in coma is geraakt en sindsdien in een vegetatieve toestand verkeert.
2.2.
De ouders van de vrouw hebben verzocht de echtscheiding subsidiair de scheiding van tafel en bed tussen de man en de vrouw uit te spreken. Zij hebben gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
Zij hebben daartoe - kort gezegd - aangevoerd dat zij ingevolge artikel 453 van Pro het Burgerlijk Wetboek als mentoren van de vrouw de verplichting hebben over niet vermogensrechtelijke aangelegenheden betreffende de vrouw te waken.
Volgens de ouders van de vrouw heeft de vrouw de latente wil om te scheiden. Dit kan afgeleid worden uit de wijze waarop het huwelijk tot stand is gekomen. De vader van de man en de vader van de vrouw hebben destijds handtekeningen gezet bij de rechtbank. Er is geen huwelijksfeest geweest. Voorts is het huwelijk nooit geconsumeerd. De vrouw is ook nooit alleen geweest met de man.
De vrouw heeft zich altijd verzet tegen het huwelijk. Zij vond het vreselijk en heeft onder het huwelijk geleden.
De ouders van de vrouw hebben spijt van het huwelijk en willen rechtdoen aan [vrouw] door middel van een echtscheiding.
De man heeft aangegeven dat hij niet wil scheiden en de gestelde duurzame ontwrichting betwist.
Primair heeft de man gesteld dat de ouders van de vrouw als mentoren van de vrouw niet ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun verzoek. Hun taak is ingevolge artikel 1:453 van Pro het Burgerlijk wetboek beperkt tot zaken die de verpleging, behandeling en begeleiding van de vrouw betreffen. Zij kunnen niet namens de vrouw een echtscheidingsverzoek indienen. Ook de vrouw zelf is niet in staat een echtscheidingsverzoek in te dienen, omdat haar wil niet te peilen is en zij dus ook de betekenis van een echtscheidingsverzoek niet kan begrijpen.
Subsidiair is er volgens de man wel sprake van een normaal huwelijk en van lotsverbondenheid. Volgens de man is er ook een huwelijksfeest geweest.
2.3.
De rechtbank overweegt dat in artikel 1:453 van Pro het Burgerlijk Wetboek lid 1 en 2 is bepaald dat de mentor de betrokkene in en buiten rechte in aangelegenheden betreffende zijn verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding vertegenwoordigt. Hier valt een echtscheiding niet onder.
Ingevolge lid 4 van voornoemd artikel geeft de mentor de betrokkene raad in hem betreffende aangelegenheden van niet-vermogensrechtelijke aard en waakt de mentor over de belangen van de betrokkene, zoals bijvoorbeeld bij een echtscheiding.
De rechtbank overweegt voorts dat ingevolge artikel 1:151 van Pro het Burgerlijk Wetboek een indiener van een echtscheidingsverzoek die lijdt aan een geestelijke stoornis, als gevolg waarvan hij niet in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen en de betekenis daarvan te begrijpen, niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek. Voor vertegenwoordiging is dan geen plaats. Nu de vrouw in vegetatieve toestand verkeert, is zij niet in staat om haar wil omtrent het door haar ouders ingediende echtscheidingsverzoek te bepalen en de betekenis daarvan te begrijpen.
Gelet op al het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de ouders van de vrouw niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun verzoek. Zij kunnen de vrouw in deze procedure niet vertegenwoordigen en derhalve niet namens de vrouw een verzoek tot echtscheiding indienen.
2.4.
De proceskosten zal de rechtbank tussen partijen compenseren, nu het een familierechtelijke aangelegenheid betreft.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
verklaart [verzoekers (ouders vrouw)] niet-ontvankelijk in hun verzoek;
3.2.
compenseert de kosten van deze procedure aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Koster-van der Linden, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.M.L.C. Limpens op 8 december 2014.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.