ECLI:NL:RBLIM:2014:10711
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid intrekking voorwaardelijk ontslag psychiatrisch ziekenhuis
Betrokkene verbleef in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een machtiging tot voortzetting van inbewaringstelling. Op 9 september 2014 werd aan betrokkene voorwaardelijk ontslag verleend onder voorwaarden. De volgende dag trok de geneesheer-directeur dit ontslag in vanwege vermeend gevaarlijk gedrag.
Betrokkene verzocht de rechtbank om de rechtmatigheid van deze intrekking te toetsen. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de intrekking gebaseerd was op onvoldoende onderbouwde feiten, zoals vermeende overlast en agressief gedrag, die niet met de vereiste zekerheid waren vastgesteld. De psychiater die de informatie aanleverde was niet de verantwoordelijke behandelaar en de politie meldde geen overlast.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking onrechtmatig was omdat de belangenafweging door de geneesheer-directeur niet inzichtelijk was gemaakt en de feiten waarop de beslissing was gebaseerd onvoldoende waren. Vernietiging van het besluit was niet mogelijk vanwege procedurele beperkingen, maar de onrechtmatigheid werd vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de intrekking van het voorwaardelijk ontslag onrechtmatig en wijst het meer of anders verzochte af.