Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
een geldbedrag van € 83.253,27 heeft witgewassen;
een geldbedrag van € 18.500,00 heeft witgewassen;
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De oplegging van straf
first offenderis en spijt heeft betuigd. Ook heeft de raadsvrouw verzocht om rekening te houden met het bedrag dat de verdachte terug dient te betalen en de grote psychische druk die op de verdachte rust.
7.De benadeelde partijen
ex aequo et bonovast te stellen op € 400,00 voor counseling en € 300,00 smartengeld.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.2 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot
- bepaalt dat het voorwaardelijk deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij mr. R.E.A. Ruijter q.q. curator tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer mr. R.E.A. Ruijter voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij mr. R.E.A. Ruijter vervalt en omgekeerd;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij
- verklaart de benadeelde partij [naam directeur] ter zake de posten kosten advocaat en kosten accountant niet-ontvankelijk, omdat deze kosten betrekking hebben op het faillissement en niet in rechtstreeks verband staan met de door verdachte gepleegde verduistering;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [naam directeur] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam directeur] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [naam directeur] vervalt en omgekeerd;
- wijst de vorderingvan de benadeelde partij
RKVV Doenrade, Valderensweg 2c, 6439 AG Doenrade,
ter hoogte van € 10.000,00 af; - verklaartde benadeelde partij
RKVV Doenrade, met betrekking tot het
meerderevan haar vordering
niet-ontvankelijk; - veroordeelt de benadeelde partij RKVV Doenrade in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.E. Kessels, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en mr. S.V. Pelsser, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.E.J. Maas, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op