ECLI:NL:RBLIM:2014:10214
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek moeder tot vervangende toestemming verhuizing kinderen naar Zaandijk
De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming voor de verhuizing van haar kinderen van Heerlen naar Zaandijk. Zij wilde daar een nieuw gezinsleven opbouwen met haar nieuwe partner en stelde bereid te zijn tot aanpassing van de zorg- en opvoedtaken en herberekening van de onderhoudsbijdrage. De vader verzette zich tegen de verhuizing omdat deze niet in het belang van de kinderen zou zijn, onder meer vanwege de afstand en de impact op het contact tussen vader en kinderen.
De Raad voor de Kinderbescherming benadrukte de grote sociale en emotionele impact van verhuizing op de kinderen en twijfelde aan de compensatie van contact via vakantiedagen. De rechtbank overwoog dat de moeder onvoldoende had aangetoond dat de verhuizing goed was doordacht en voorbereid, en dat de afstand van circa 230 km een te grote belasting voor de kinderen zou zijn. De rechtbank vond dat het belang van de kinderen en de vader bij het handhaven van de huidige zorgregeling zwaarder woog dan het belang van de moeder.
Ook het subsidiaire verzoek om binnen 125 km te verhuizen werd afgewezen wegens gebrek aan motivatie. De rechtbank compenseerde de proceskosten tussen partijen en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De moeder en vader kunnen tegen deze beschikking hoger beroep instellen binnen drie maanden.
Uitkomst: Verzoek moeder tot vervangende toestemming verhuizing kinderen naar Zaandijk wordt afgewezen vanwege het belang van de kinderen en vader bij handhaving huidige zorgregeling.