ECLI:NL:RBLIM:2013:CA3971
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot wraking kantonrechter wegens te late indiening
Verzoekster, Voordeelbank B.V., heeft een verzoek tot wraking van de kantonrechter ingediend naar aanleiding van diens optreden tijdens een rolzitting op 20 maart 2013. Zij stelde dat de rechter een verweer in de mond legde aan de wederpartij en daardoor niet onpartijdig zou zijn.
De rechtbank heeft onderzocht of het wrakingsverzoek tijdig was ingediend. Volgens artikel 37 Rv Pro moet een wrakingsverzoek worden ingediend zodra de feiten of omstandigheden die aanleiding geven tot het verzoek bekend zijn bij de verzoeker. Uit het dossier bleek dat verzoekster haar twijfels over de onpartijdigheid van de rechter had na ontvangst van het schriftelijke verweer van de wederpartij op 25 maart 2013, en dat zij het wrakingsverzoek pas op 2 mei 2013 heeft ingediend.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster geen concrete feiten of omstandigheden had aangevoerd die het tijdsverloop tussen het ontstaan van de bezwaren en het indienen van het verzoek rechtvaardigen. Hierdoor werd het verzoek niet tijdig geacht en is het niet-ontvankelijk verklaard. De wrakingskamer heeft de beslissing op 3 juni 2013 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kantonrechter is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.