Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2013:CA3951

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
7 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
03/067840-13
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onrechtmatige lokaalverbod en schending artikel 8 EVRM voor asielzoeker

Verdachte, een asielzoeker verblijvend in het AZC te Echt, kreeg van het COA een lokaalverbod opgelegd wegens vermeende overlast. Dit verbod verbood verdachte het terrein van het AZC te betreden gedurende een week. Verdachte negeerde dit verbod en betrad het terrein, waarna hij werd vervolgd wegens wederrechtelijk binnendringen.

De politierechter stelde vast dat het lokaalverbod niet voldoende was onderbouwd en niet gebaseerd was op agressie. Bovendien werd het verbod opgelegd door het COA, een zelfstandig bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de opvang en begeleiding van asielzoekers. Het verbod leidde ertoe dat verdachte zonder onderdak, douchegelegenheid en voldoende middelen van bestaan zou zijn geweest.

De rechter oordeelde dat het lokaalverbod een onrechtmatige inbreuk vormde op het privéleven van verdachte zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. Het betreden van het terrein door verdachte was gerechtvaardigd omdat anders zijn fundamentele levensbehoeften niet verzekerd waren. Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van wederrechtelijk binnendringen werd verdachte vrijgesproken.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het lokaalverbod onrechtmatig was en het betreden van het AZC-terrein gerechtvaardigd was.

Uitspraak

Aantekening mondeling vonnis
RECHTBANK Limburg
Parketnummer: 03-067840-13
Volgnummer: 16
Uitspraak van de politierechter, mr. P.M.S. Dijks, van dinsdag 07 mei 2013, in de zaak tegen
verdachte
[verdachte],
geboren op [geboortedag] te [geboorteplaats]
wonende te [adres 1]
Tegenspraak
BESLISSING:
vrijspraak
Tenlastegelegd is dat verdachte wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal gelegen aan de [adres 2]en in het gebruik bij het AZC.
De politierechter constateert dat het adres '[adres 2]' het adres van het politiebureau te Echt betreft en dat het lokaalverbod zag op het adres (van het terrein) van het AZC te Echt, [adres 1]. Reeds om die reden dient verdachte te worden vrijgesproken. Voorts dient de verdachte te worden vrijgesproken om de navolgende reden.
Verdachte verblijft als asielzoeker in het Asielzoekerscentrum (AZC) te Echt. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) heeft verdachte een lokaalverbod gegeven; in dat verbod wordt als reden voor het opleggen daarvan genoemd dat verdachte 'overlast' heeft veroorzaakt. De politierechter constateert dat het lokaalverbod voor het overige niet is onderbouwd en dat het lokaalverbod niet is gegrond op agressie van de zijde van verdachte.
Het door het COA opgelegd verbod hield in dat verdachte vanaf 9 april tot 16 april 2013 niet meer op het terrein van het AZC te Echt mocht komen. Op 9 april 2013 heeft verdachte het lokaalverbod genegeerd en heeft hij het terrein van het AZC betreden. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard zich daartoe genoodzaakt te voelen omdat hij in het AZC woont en omdat hij anders geen onderdak, eten en overige middelen van bestaan had.
De politierechter beschouwt het uitvaardigen van dat lokaalverbod door het COA — een zelfstandig bestuursorgaan — als een inbreuk op zowel de lichamelijke integriteit als de persoonlijke levenssfeer van verdachte en daarmee op het privéleven van verdachte als bedoeld in artikel 8 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Het COA is immers verantwoordelijk voor de opvang en begeleiding van asielzoekers — personen in een doorgaans kwetsbare positie - en voor het verschaffen van huisvesting en het verstrekken van middelen van bestaan. Het gevolg van het lokaalverbod is dat verdachte gedurende 7 dagen geen onderdak en douchegelegenheid heeft terwijl verdachte van het COA wekelijks slechts € 55,51 ontvangt en geen andere bronnen van inkomsten heeft.
De inbreuk op artikel 8 van Pro het EVRM is naar het oordeel van de politierechter op geen enkele wijze gerechtvaardigd. Bovendien kan 'overlast' naar het oordeel van de politierechter geen legitiem doel opleveren in de zin van artikel 8, tweede lid, van het EVRM welk doel door het opleggen van een lokaalverbod gerechtvaardigd zou zijn. Geheel ten overvloede overweegt de politierechter dat een dergelijk lokaalverbod, opgelegd aan verdachte — een asielzoeker — door de instantie die verantwoordelijk is voor het welzijn van verdachte op geen enkele wijze noodzakelijk is een democratische samenleving als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het EVRM.
De politierechter is van oordeel dat het lokaalverbod een schending van artikel 8 van Pro het EVRM oplevert en dat het betreden van het terrein van het AZC door verdachte gerechtvaardigd was omdat verdachte anders genoodzaakt zou zijn gedurende 7 dagen zonder onderdak, douchegelegenheid en zonder voldoende middelen van bestaan, op straat te leven. De politierechter is aldus van oordeel dat verdachte niet 'wederrechtelijk is binnengedrongen' zoals is tenlastegelegd. Nu een essentieel bestanddeel van hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd niet wettig en overtuigend bewezen geacht kan worden, wordt verdachte vrijgesproken.
De politierechter.