ECLI:NL:RBLIM:2013:CA3951
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatige lokaalverbod en schending artikel 8 EVRM voor asielzoeker
Verdachte, een asielzoeker verblijvend in het AZC te Echt, kreeg van het COA een lokaalverbod opgelegd wegens vermeende overlast. Dit verbod verbood verdachte het terrein van het AZC te betreden gedurende een week. Verdachte negeerde dit verbod en betrad het terrein, waarna hij werd vervolgd wegens wederrechtelijk binnendringen.
De politierechter stelde vast dat het lokaalverbod niet voldoende was onderbouwd en niet gebaseerd was op agressie. Bovendien werd het verbod opgelegd door het COA, een zelfstandig bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de opvang en begeleiding van asielzoekers. Het verbod leidde ertoe dat verdachte zonder onderdak, douchegelegenheid en voldoende middelen van bestaan zou zijn geweest.
De rechter oordeelde dat het lokaalverbod een onrechtmatige inbreuk vormde op het privéleven van verdachte zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. Het betreden van het terrein door verdachte was gerechtvaardigd omdat anders zijn fundamentele levensbehoeften niet verzekerd waren. Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van wederrechtelijk binnendringen werd verdachte vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het lokaalverbod onrechtmatig was en het betreden van het AZC-terrein gerechtvaardigd was.