ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ9640
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Erfdienstbaarheid voetpad beperkt tot voetgangersgebruik, geen motorvoertuigen toegestaan
In deze zaak stond de vraag centraal of een erfdienstbaarheid van voetpad ook het recht omvat om met motorvoertuigen, zoals een scooter, over het pad te rijden. Eisers stelden dat zij het pad ongestoord mochten gebruiken, terwijl gedaagde bezwaar maakte tegen het gebruik van een scooter met draaiende motor vanwege geluidsoverlast.
De rechtbank stelde vast dat uit de leveringsakten blijkt dat er een erfdienstbaarheid van voetpad is gevestigd ten behoeve van het perceel van eisers ten laste van het perceel van gedaagde. Dit recht beperkt zich tot voetgangersgebruik; het gebruik met motorvoertuigen is niet inbegrepen. De rechtbank verwierp het verweer van gedaagde dat het ontbreken van de erfdienstbaarheid in haar leveringsakte dit zou veranderen.
Verder oordeelde de rechtbank dat het gebruik van het voetpad door de zoon van eisers met een scooter met draaiende motor niet is toegestaan en gebiedde eisers dit te voorkomen. De vordering van eisers tot verwijdering van afvalcontainers op het pad werd afgewezen wegens onvoldoende concrete onderbouwing. De proceskosten werden grotendeels gecompenseerd, met een veroordeling van eisers in de kosten aan de zijde van gedaagde.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de erfdienstbaarheid van voetpad beperkt tot voetgangers en verbiedt het gebruik van motorvoertuigen met draaiende motor op het pad.