ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ6284

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
2 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
03/700192-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering gevangenhouding en opheffing voorlopige hechtenis wegens gezondheid verdachte

De rechtbank Limburg behandelde de vordering van de officier van justitie tot gevangenhouding van verdachte, die reeds een bevel tot bewaring had. Hoewel de ernstige bezwaren en recidivegrond nog steeds aanwezig waren, voldeed verdachte niet aan de criteria van frequente recidive volgens de LOVS-oriëntatiepunten. De rechtbank overwoog dat de strafmaat bij bewezenverklaring waarschijnlijk beperkt zou zijn tot een geldboete en een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Daarnaast ontbrak nadere informatie over het ontstaan van het letsel bij verdachte, terwijl hij onder justitiële zorg viel. Verdachte had een breuk in de oogkas en een hersenschudding opgelopen, met een visus van 65% vastgesteld. Een noodzakelijke MRI-scan was door de raadkamerzitting uitgesteld.

Gezien het ontbreken van een onderzoek naar de detentiegeschiktheid en de ernst van de gezondheidstoestand, besloot de rechtbank het bevel tot voorlopige hechtenis met onmiddellijke ingang op te heffen en de vordering tot gevangenhouding af te wijzen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot gevangenhouding af en heft de voorlopige hechtenis op vanwege de gezondheidstoestand van verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
AFWIJZING VORDERING GEVANGENHOUDING
Parketnummer: 03/700192-13
De rechtbank Limburg, zittinghoudende te Maastricht.
Gezien de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement van 28 maart 2013 strekkende tot gevangenhouding en nader toegelicht op de zitting van 28 maart 2013 en 2 april 2013 van:
[Naam verdachte],
geboren op [geboortegegevens verdachte],
wonende te [adresgegevens verdachte],
thans verblijvende te: PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.
Gelet op het tegen verdachte verleende bevel tot bewaring van 21 maart 2013.
Gelet op het verhandelde ter zitting, zoals bij daarvan afzonderlijk opgemaakt proces-verbaal vermeld;
Overwegende, dat de Rechtbank na onderzoek is gebleken dat de ernstige bezwaren en de recidivegrond die tot het bevel tot bewaring hebben geleid ook thans nog bestaan doch dat het bevel van de gevangenhouding dient te worden afgewezen, gelet op het bepaalde in artikel 67a, derde lid van het wetboek van Strafvordering. De rechtbank heeft hierbij overwogen dat verdachte niet voldoet aan de criteria van 'frequente recidive' zoals beschreven in de oriëntatiepunten van het LOVS. Richtinggevend voor de strafmaat, in geval van bewezenverklaring, wordt in deze oriëntatiepunten uitgegaan van een geldboete van 200 euro en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een week. Het feit dat de verdenking betrekking heeft op diefstal in vereniging en gepleegd gedurende de proeftijd, doet hier niet aan af. Zo deze omstandigheden tot een hogere straf zullen kunnen leiden, overweegt de rechtbank dat zich dan toch een situatie voordoet als bedoeld in artikel 67 a derde lid Sv. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de vordering tot gevangenhouding dient te worden afgewezen;
Overwegende dat de rechtbank de gevraagde informatie niet heeft ontvangen, te weten nadere uitleg over het ontstaan van het letsel bij verdachte, terwijl hij onder de zorg viel van de justitiële autoriteiten. De door de officier van justitie ter zitting gegeven toelichting had geen betrekking op feiten en/of omstandigheden die tot dit letsel hebben geleid;
Overwegende dat een onderzoek naar de detentiegeschiktheid van verdachte niet heeft plaatsgevonden, althans dat het dossier hierover geen informatie geeft. De officier van justitie, ter zitting hierover bevraagd, verklaarde niet te weten of een dergelijk onderzoek heeft plaatsgevonden. Door de verdachte is ter zitting in raadkamer van 28 maart 2013 al verklaard over het bij het incident van 21 maart 2013 opgelopen letsel. Zo gaf hij aan een breuk in de oogkas te hebben en een hersenschudding te hebben opgelopen. Verdachte verklaarde heden dat bij een tweede bezoek aan het ziekenhuis een visus van 65% werd vastgesteld. Tevens verklaarde verdachte dat hij een MRI-scan had zullen ondergaan, doch dat deze ten gevolge van de raadkamerzitting van 28 maart 2013 niet heeft kunnen plaatsvinden. Verdachte verklaart dat dit onderzoek op korte termijn zal moeten plaatsvinden.
De rechtbank is gelet op vorenstaande van oordeel dat het bevel tot voorlopige hechtenis met betrekking tot verdachte dient te worden opgeheven.
Gezien de betreffende wetsartikelen;
Wijst af de vordering van de officier van justitie tot het verlenen van een bevel tot gevangenhouding;
Heft op het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Aldus gedaan op 2 april 2013
door mrs. E.H.A.F.M. Krol, voorzitter
F.M. van Maanen Winters, rechter
F.A.G.M. Vluggen, rechter
in tegenwoordigheid van J.G.A.M. Spijkers, griffier.
De officier van justitie gelast de tenuitvoerlegging van vorenstaande
beslissing en brengt deze ter kennis van verdachte.
Maastricht, 2 april 2013.
De officier van justitie,
Gezien op
De Direkteur van het Huis van Bewaring,
Fiat betekening en tenuitvoerlegging
met ingang van
voor/namiddag uur.
De officier van justitie.