ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ4152
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Berekening en aansprakelijkheid bij onjuiste beslagvrije voet door deurwaarder
In deze civiele zaak vordert de eiser een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens het hanteren van een onjuiste beslagvrije voet door de deurwaarder en diens kantoor. De eiser stelt dat hij vanaf 2006 alle benodigde inkomensgegevens aan de deurwaarder heeft verstrekt en dat het inkomen onder de beslagvrije voet lag, waardoor onrechtmatige inhoudingen hebben plaatsgevonden.
De deurwaarder en zijn kantoor voeren verweer dat de eiser niet tijdig en volledig zijn feitelijke inkomensgegevens en die van zijn echtgenote heeft verstrekt, zoals wettelijk verplicht volgens artikel 475g Rv. Pas in 2009 werden aanvullende gegevens verstrekt, waarna het beslag werd opgeschort.
De rechtbank oordeelt dat de eiser niet heeft aangetoond dat hij vóór 29 september 2009 de volledige inkomensgegevens heeft verstrekt die noodzakelijk waren voor een correcte berekening van de beslagvrije voet. De huwelijkse voorwaarden zijn niet relevant voor de hoogte van de beslagvrije voet. Omdat geen onrechtmatig handelen van de deurwaarder is gebleken, worden de vorderingen afgewezen.
De eiser wordt veroordeeld in de proceskosten ten gunste van de deurwaarder en diens kantoor.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen wegens het niet tijdig verstrekken van volledige inkomensgegevens.