ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ3706
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bruijnzeels
- W.A.M. de Loo
- Th.G. Klein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling disciplinaire straf wegens plichtsverzuim ambtenaar zonder geldig HOvJ-certificaat
Eiser, een ambtenaar werkzaam als Hulpofficier van Justitie (HOvJ), heeft vanaf 9 maart 2004 tot juli 2010 zonder geldig certificaat HOvJ-diensten verricht en dit niet gemeld aan zijn leidinggevenden. Ondanks meerdere waarschuwingen en gesprekken heeft hij tegenstrijdige verklaringen afgelegd over zijn certificeringsstatus. Verweerder heeft hem daarop een disciplinaire straf opgelegd van plaatsing in een lagere salarisschaal met wijziging van functie en plaats van tewerkstelling.
Eiser voerde aan dat de straf niet in verhouding stond tot het plichtsverzuim, dat er geen adequaat controlesysteem was, dat hij niet bewust onbevoegd handelde en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn goede staat van dienst. Tevens deed hij een beroep op het gelijkheidsbeginsel, stellende dat collega’s voor vergelijkbare overtredingen minder zwaar waren gestraft.
De rechtbank stelde vast dat het plichtsverzuim eiser volledig valt toe te rekenen, mede omdat hij bewust heeft gehandeld en getracht heeft zijn onbevoegdheid te verbergen. De sanctie werd als proportioneel beoordeeld gezien de ernst van het plichtsverzuim en het beschaamd vertrouwen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen omdat de situaties van collega’s wezenlijk verschilden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder gerechtvaardigd was om eiser in een lagere salarisschaal te plaatsen en hem in een passende functie te plaatsen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de disciplinaire straf is ongegrond verklaard en de straf van plaatsing in een lagere salarisschaal gehandhaafd.