ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ2353
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs overschrijding varkensrecht op gesloten varkensbedrijf
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het houden van meer varkens dan toegestaan volgens het varkensrecht op zijn gesloten bedrijf in de jaren 2009 en 2010. De officier van justitie stelde dat verdachte gemiddeld 2446,51 varkens in 2009 en 2692,07 varkens in 2010 hield, terwijl het toegestane aantal respectievelijk 2218 en 2433 varkenseenheden bedroeg.
De Algemene Inspectiedienst (AID) baseerde haar conclusie op berekeningen die uitgingen van een opleggewicht van biggen van exact 25 kilogram en een groeisnelheid van 520 gram per dag, met drie rondes per jaar. De verdediging voerde aan dat deze aannames onjuist waren en bracht een deskundige in die stelde dat de rondesnelheid hoger lag en de groeisnelheid tot 700 gram per dag kon bedragen, waardoor de vermeende overschrijding verklaard kon worden.
De rechtbank oordeelde dat het dossier geen sluitend bewijs bevatte over het exacte gewicht waarop biggen werden overgezet naar vleesvarkens en dat de berekeningen van de AID onvoldoende aannemelijk waren. Gezien de onzekerheden en de gemotiveerde betwisting door de verdediging kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte het ten laste gelegde had begaan. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van overschrijding van het toegestane aantal varkenseenheden.