ECLI:NL:RBLIM:2013:BY9284
Rechtbank Limburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schorsing en beperking relatiebeding voormalig werknemer
Een voormalig werknemer heeft in kort geding gevorderd om het relatiebeding, dat feitelijk een concurrentiebeding betreft, te schorsen of te beperken, zodat hij bij een oud-medewerker van zijn voormalige werkgever kan gaan werken. Tevens vorderde hij een lijst met relaties die onder het beding vallen en een voorschot op een vergoeding.
De kantonrechter stelt vast dat het relatiebeding geldig is overeengekomen en dat de werkgever een zwaarwegend belang heeft bij handhaving, gezien de bescherming van het klantenbestand en de bedrijfseconomische situatie. De werknemer wordt door het beding beperkt in zijn arbeidskeuze, maar deze beperking is toelaatbaar en aanvaardbaar geacht.
De vorderingen tot schorsing en beperking van het beding worden afgewezen, omdat de kans groot is dat een bodemrechter het beding in stand zal laten. Ook de vordering tot afgifte van een lijst met relaties wordt afgewezen, omdat de werknemer voldoende op de hoogte is van de relevante relaties. De subsidiaire vordering tot een voorschot op een vergoeding wordt eveneens afgewezen.
De kantonrechter veroordeelt de werknemer in de proceskosten en wijst de vorderingen af, waarmee het relatiebeding onverkort blijft gelden.
Uitkomst: De vorderingen tot schorsing, beperking en afgifte van een lijst worden afgewezen en het relatiebeding blijft onverkort van kracht.