ECLI:NL:RBLIM:2013:BY8829
Rechtbank Limburg
- Verzet
- J.F.W. Huinen
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap bij ontbinding huwelijk onder Marokkaans recht
Partijen zijn in 1973 in Marokko gehuwd en het huwelijk is op 19 december 2002 ontbonden volgens Marokkaans recht. De rechtbank Maastricht heeft in 2004 de echtscheiding uitgesproken en de verdeling van gemeenschappelijke goederen bevolen, waarbij Marokkaans huwelijksvermogensrecht van toepassing is verklaard.
De man kwam in verzet tegen een verstekvonnis waarin de huwelijksgoederengemeenschap was vastgesteld en verdeeld, stellende dat volgens Marokkaans recht geen gemeenschap kan ontstaan tijdens het huwelijk. De rechtbank volgt deze stelling niet en baseert zich op artikel 49 van Pro het Marokkaanse wetboek van familie- en erfrecht (Mudawwana), rapporten van het Internationaal Juridisch Instituut en literatuur van Jordens-Cotran.
De rechtbank oordeelt dat de vrouw aanspraak kan maken op een deel van de waarde van het vermogen indien zij bewijst dat zij door haar inspanningen, waaronder huishoudelijk werk, heeft bijgedragen. Gezien de lange duur van het huwelijk, de zorg voor kinderen en het feit dat de man loon verdiende, acht de rechtbank een verdeling van 50/50 redelijk.
De rechtbank behandelt vervolgens de waardering van verschillende goederen, waaronder spaartegoeden en onroerend goed in Marokko, en stelt partijen in de gelegenheid om nadere stukken te overleggen en zich uit te laten over taxaties. De zaak wordt aangehouden voor nadere besluitvorming.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat onder Marokkaans recht een huwelijksgoederengemeenschap kan ontstaan en wijst een redelijke verdeling van 50/50 toe, met aanhouding voor nadere bewijslevering en waardebepaling.