Uitspraak
RECHTBANK MAASTRICHT
9 juli 2012 uitgesproken beschikking.
1.Het verdere verloop van de procedure
25 april 2013 een rapport uitgebracht.
Rechtbank Limburg
De moeder verzocht de rechtbank om een contactregeling vast te stellen waarbij haar minderjarige dochter twee keer per jaar onder professionele begeleiding contact met haar zou hebben. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde een dergelijke regeling, maar de vader en gezinsvoogdes stelden dat het kind momenteel geen contact wenst en dat pogingen tot contactherstel hebben geleid tot een ernstige terugval in het gedrag en de schoolprestaties van het kind.
Tijdens de zitting gaf de minderjarige zelf aan geen contact met haar moeder te willen, wat door de rechtbank zwaar werd meegewogen. De rechtbank constateerde dat ondanks jarenlange inspanningen het contactherstel niet is gelukt en dat het opleggen van een contactregeling tegen de wil van het kind niet in haar belang is.
De rechtbank overwoog dat het belang van de moeder moet wijken voor het belang van het kind en het gezin. De vader heeft voldaan aan zijn zorgplicht en het gezin heeft veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van het kind. De terugval in ontwikkeling en de negatieve invloed op het gezin maken het onwenselijk om contact af te dwingen.
Daarom werd het verzoek van de moeder afgewezen en werd geadviseerd de pogingen tot contactherstel te staken, zodat het kind rust krijgt en geen druk meer voelt.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder tot vaststelling van een contactregeling met de minderjarige wordt afgewezen wegens het belang van het kind en het gezin.