Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- het binnentreden in de woning van de verdachte is onrechtmatig geschied, zodat alles wat nadien is aangetroffen in de woning dient te worden uitgesloten van het bewijs. Het dossier bevat voor het overige onvoldoende wettig bewijs om tot een bewezenverklaring van het primair dan wel het subsidiair ten laste gelegde te kunnen komen;
- er is geen bewijs in het dossier voorhanden waaruit blijkt dat de verdachte samen met (een) ander(en) amfetamine en/of MDMA heeft geproduceerd in haar woning. Dit was ook niet mogelijk, aangezien twee belangrijke ingrediënten voor de productie van deze harddrugs, te weten mierenzuur en formamide, niet voorhanden waren in de woning;
- er is geen bewijs in het dossier voorhanden waaruit blijkt dat verdachte wist of ernstig moest vermoeden dat de aangetroffen materialen en chemicaliën bestemd waren voor de productie van amfetamine en/of MDMA, zodat evenmin kan worden bewezen dat verdachte zicht schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandeling als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet;
4.De beslissing
- spreekt verdachte vrij van zowel het
- heft op de geschorste voorlopige hechtenis met ingang van heden.