ECLI:NL:RBLIM:2013:7917
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Moeder krijgt eenhoofdig gezag wegens afwezigheid en nalatigheid vader
De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige kind te wijzigen in eenhoofdig gezag bij haar. De aanleiding is dat de vader al twee jaar geen contact onderhoudt met het kind en niet reageert op verzoeken om toestemming voor noodzakelijke medische behandeling. De vader is onbereikbaar doordat hij regelmatig verhuist zonder adres- of telefoongegevens door te geven.
De gezinsvoogd bevestigt dat de vader het contact met het kind heeft stopgezet en niet meewerkt aan de behandeling, mede vanwege vermoedelijk alcohol- en drugsgebruik. De vader is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De raad voor de kinderbescherming adviseert om het verzoek afhankelijk te maken van de medewerking van de vader.
De rechtbank oordeelt dat het gezamenlijk gezag alleen kan blijven bestaan als ouders in staat zijn gezamenlijk beslissingen te nemen. Gezien de afwezigheid en nalatigheid van de vader is dit niet het geval. De rechtbank vindt het niet nodig te onderzoeken wat de bedoeling van de vader is, omdat hij bewust geen verantwoordelijkheid neemt. Daarom wijst de rechtbank het verzoek toe en kent zij de moeder het eenhoofdig gezag toe in het belang van het kind.
Uitkomst: De moeder krijgt het eenhoofdig gezag over het kind toegewezen vanwege het niet functioneren van de vader in het gezamenlijk gezag.