Uitspraak
RECHTBANK limburg
[eiser], wonende te [woonplaats] verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Limburg
Verzoeker kreeg op 5 augustus 2013 een besluit van het CBR waarbij zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard en hem een alcoholslotprogramma werd opgelegd vanwege een ademalcoholgehalte van 625 μg/l vastgesteld op 20 juli 2013. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 23 september 2013 werd vastgesteld dat de ademtest met een F-indicatie slechts indicatief was en niet voldeed aan alle wettelijke eisen. Bovendien was onvoldoende aannemelijk dat verzoeker daadwerkelijk met een ademalcoholgehalte van ten minste 570 μg/l een motorrijtuig had bestuurd. Het proces-verbaal toonde onduidelijkheden over het moment van vertrek van de plaats van het ongeval en de mededelingen aan verzoeker door de verbalisanten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestreden besluit in de hoofdzaak waarschijnlijk niet stand zal houden en dat er een spoedeisend belang was bij het verzoek. Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar en werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs en oplegging van een alcoholslotprogramma is geschorst wegens onvoldoende aannemelijkheid dat verzoeker met een ademalcoholgehalte van ten minste 570 μg/l een motorrijtuig heeft bestuurd.