Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De vordering
3.De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
4.De beslissing
ontvankelijk is in zijn vordering.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde op 6 september 2013 een zaak waarin het openbaar ministerie een ontnemingsvordering instelde tegen de verdachte, ter waarde van €10.024,29, voortvloeiend uit eerdere veroordelingen. De verdediging stelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat er een transactieaanbod van 20 mei 2010 was gedaan waarop de verdachte mocht vertrouwen dat er geen ontnemingsvordering zou volgen.
De officier van justitie betoogde dat de verdachte niet aan het transactieaanbod had voldaan en dat het daarom vrij stond alsnog ontneming te vorderen. De rechtbank onderzocht het transactieaanbod en concludeerde dat dit enkel betrekking had op een boete van €2.000,-- en geen uitdrukkelijke verwijzing naar ontneming bevatte.
Hieruit leidde de rechtbank af dat het openbaar ministerie door het doen van het schikkingsvoorstel afstand had gedaan van het recht om ontneming te vorderen. Gezien het niet-voldoen aan het transactieaanbod, maar het ontbreken van een ontnemingscomponent in dat aanbod, verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Limburg, waarbij één rechter niet in de gelegenheid was mede te ondertekenen.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens afstand door het transactieaanbod.