Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Procesverloop
3.Beoordeling
communicatiebeëindigd – niet kan worden opgevat als een intrekking van het verzoek tot wraking van de rechter. Het verzoek zal daarom worden beoordeeld.
Rechtbank Limburg
Verzoeker heeft op 6 augustus 2013 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die zijn zaak zou behandelen, vanwege vermeende meineed gepleegd door deze rechter in een eerdere zaak uit 2011. De wrakingskamer heeft het verzoek ontvankelijk verklaard omdat het tijdig was ingediend na kennisname van de feiten.
Verzoeker trok later de communicatie met de rechtbank in een brief van 18 augustus 2013 niet expliciet in, waardoor het wrakingsverzoek in behandeling bleef. De wrakingskamer heeft beoordeeld dat eerdere beslissingen van dezelfde rechter, ook in zaken waarin verzoeker geen partij was, geen gegronde reden vormen om te vrezen voor partijdigheid.
De kamer concludeerde dat er geen concrete feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor onpartijdigheid rechtvaardigen. Daarom werd het verzoek tot wraking afgewezen.
De beschikking werd op 28 augustus 2013 door de meervoudige kamer van de rechtbank Limburg uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.