Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- een verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 5 juni 2013;
- een verweerschrift, ingekomen ter griffie op 9 juli 2013.
Rechtbank Limburg
De werkgever verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer wegens disfunctioneren, waarbij werd gesteld dat de werknemer zich ongeïnteresseerd en ongemotiveerd gedroeg, wat leidde tot een verstoorde arbeidsrelatie.
De werknemer betwistte het disfunctioneren en hechtte sterk aan voortzetting van de arbeidsrelatie. De kantonrechter constateerde dat de werkgever onvoldoende concrete bewijsstukken en verbetermaatregelen had aangedragen om het disfunctioneren aannemelijk te maken. Er ontbraken functioneringsgesprekken en schriftelijke vastleggingen van kritiek.
Verder oordeelde de kantonrechter dat de werkgever te snel had ingezet op beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zonder de werknemer reële kansen te bieden op verbetering. Gezien de lange diensttijd, persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van een zwaarwegende reden, was ontbinding niet gerechtvaardigd.
De kantonrechter adviseerde partijen om in goed overleg met eventueel een onafhankelijke bemiddelaar te zoeken naar een oplossing, waarbij de werkgever de werknemer moet ondersteunen met coaching en training.
Het verzoek tot ontbinding werd afgewezen en de werkgever werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van disfunctioneren.