Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- de inleidende dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- het tussenvonnis van 29 januari 2013;
- de op 28 maart 2013 gehouden comparitie van partijen.
Rechtbank Limburg
In deze civiele zaak vordert Coulant Interim B.V. betaling van kosten voor bemiddeling bij het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst tussen gedaagde en een kandidaat. Eiseres stelt dat gedaagde op 9 februari 2012 een opdracht heeft verstrekt om een geschikte kandidaat te vinden, waarbij zij zich beroept op eerdere afspraken uit 2009.
Gedaagde betwist dat er op genoemde datum een opdracht is verstrekt en stelt dat de kandidaten door eiseres geheel vrijblijvend zijn aangedragen, waarna gedaagde zelf de sollicitatieprocedure heeft gevolgd. De kantonrechter oordeelt dat de stellingen van eiseres onvoldoende aanknopingspunten bieden om te concluderen dat er een overeenkomst tot opdracht is gesloten.
De eerdere incidentele opdracht uit 2009 maakt dit niet anders. De vordering wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde. De kosten worden begroot op €400,-.
Uitkomst: De vordering tot betaling wegens bemiddeling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van opdracht.