ECLI:NL:RBLEE:2012:BY8469
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. van den Bosch
- K. van der Leij
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling terbeschikkingstelling onroerende zaak en vaststelling inbrengwaarde
Eiser, eigenaar van een woning die hij verhuurt aan een BV waarin hij een aanmerkelijk belang heeft, betwist de door verweerder vastgestelde belastingaanslag inkomstenbelasting 2008. De kern van het geschil betreft de kwalificatie van de huuropbrengsten als resultaat uit overige werkzaamheden (terbeschikkingstelling) en de waarde van het pand bij aanvang van de terbeschikkingstelling per 1 juli 2005.
De rechtbank bevestigt dat sprake is van terbeschikkingstelling in de zin van artikel 3.92 Wet IB, en verwerpt het standpunt van verweerder dat het pand als werkruimte in de zin van artikel 3.93 Wet IB moet worden aangemerkt. Ten aanzien van de waarde van het pand stelt de rechtbank vast dat noch eiser noch verweerder hun voorgestelde waardes (€850.000 respectievelijk €706.000) aannemelijk hebben gemaakt. Daarom wordt de inbrengwaarde in goede justitie vastgesteld op €800.000.
De rechtbank bepaalt dat de afschrijving van 2,5% over deze waarde leidt tot een hogere afschrijving dan door verweerder in aanmerking genomen, waardoor het belastbaar inkomen uit werk en woning wordt verminderd. Tevens vernietigt de rechtbank de beschikking heffingsrente en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag aangepast.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2008 verminderd door vaststelling van de inbrengwaarde op €800.000 en aanpassing van afschrijvingen.