ECLI:NL:RBLEE:2012:BY8128
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F. Germs-de Goede
- M. van den Bosch
- M.S.J. Pijnenburg-Braspenning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing op beëindigingsvergoeding bij einde dienstverband in 2009
De zaak betreft een geschil over de belastingheffing van een beëindigingsvergoeding van €1.000.000 die eiseres aan voormalig bestuurder [A] heeft betaald. De inspecteur legde naheffingsaanslagen loonheffingen op omdat de vergoeding volgens hem viel onder artikel 32bb van de Wet op de loonbelasting 1964, dat excessieve vertrekvergoedingen belast.
Eiseres stelde dat de arbeidsovereenkomst pas in 2010 was geëindigd en dat de vaststellingsovereenkomst van maart 2009 ten aanzien van de einddatum vernietigd was wegens dwaling. Verweerder betwistte dit en stelde dat de arbeidsovereenkomst in 2009 was geëindigd, primair per 1 april 2009, subsidiair per 31 december 2009. De rechtbank paste de Haviltexnorm toe en concludeerde dat partijen in de vaststellingsovereenkomst duidelijk hadden afgesproken dat de arbeidsovereenkomst ultimo 2009 eindigde.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 18 december 2009 waarin een latere einddatum werd gesteld, geen rechtsgevolg had. De stelling van eiseres dat sprake was van wederzijdse dwaling werd verworpen omdat niet aannemelijk was dat [A] ook van die dwaling uitging. Ook het beroep op opgewekt vertrouwen en strijd met doel en strekking van de wet faalden. De naheffingsaanslagen werden daarom terecht opgelegd en de beroepen ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat de arbeidsovereenkomst in 2009 is geëindigd en de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd.