ECLI:NL:RBLEE:2012:BY7057
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bank niet aansprakelijk voor verjaring verpande vorderingen tijdens faillissement
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of Rabobank als pandhouder verplicht was om tijdens het faillissement van JVT Transportgroep B.V. de verjaring van aan haar verpande vorderingen te stuiten. De curator van JVT, tevens eiser, stelde dat Rabobank naliet tijdig stuitingshandelingen te verrichten, waardoor een deel van de vorderingen verjaard raakte en schade ontstond voor de faillissementsboedel.
Rabobank voerde aan dat zij slechts inningsbevoegd was en dat de verantwoordelijkheid voor het stuiten van verjaring bij de curator lag, die de belangen van de boedel moest behartigen. De rechtbank overwoog dat de bank als pandhouder zorgplicht heeft, maar in faillissementssituaties mag vertrouwen op de curator die de boedelbelangen bewaakt.
De rechtbank concludeerde dat Rabobank niet aansprakelijk is voor de verjaring van de vorderingen omdat zij mocht uitgaan van de zorgvuldigheid van de curator. Eveneens mocht de curator niet vertrouwen op Rabobank voor het stuiten van de verjaring zonder concrete afspraken. De vorderingen van de curator en zijn regresvordering werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de curator tegen Rabobank af en veroordeelt hem in de proceskosten.