ECLI:NL:RBLEE:2012:BY1372
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot verdeling pensioenrechten verjaard op grond van artikel 3:306 BW
De rechtbank Leeuwarden behandelde een zaak waarin eiseres vorderde dat de pensioenrechten, opgebouwd door gedaagde tot aan de echtscheiding, tussen partijen verdeeld zouden worden. Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, welke op 28 mei 1984 werd ontbonden en verdeeld, waarbij pensioenrechten onverdeeld bleven.
Eiseres stelde dat zij recht had op de helft van de pensioenrechten en vorderde een waardeopgave, betaling van de helft van de waarde inclusief wettelijke rente en een gebruiksvergoeding. Gedaagde verweerde zich met het verjaringsverweer op grond van artikel 3:306 BW Pro, stellende dat de vordering verjaard was.
De rechtbank overwoog dat de verjaringstermijn van twintig jaar aanvangt bij de inschrijving van het echtscheidingsvonnis, en dat de vordering van eiseres daarmee op 29 mei 2004 was verjaard. Het feit dat eiseres pas in 2011 kennis nam van haar rechten maakte hieraan niet af. De stelling van eiseres dat sprake was van een natuurlijke verbintenis werd irrelevant geacht omdat geen betaling had plaatsgevonden.
De rechtbank wees de vordering af en compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verdeling van pensioenrechten af wegens verjaring.