ECLI:NL:RBLEE:2012:BX1374
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende bewijs van niet-herplaatsbaarheid
Stichting Palet verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een medewerker op grond van disfunctioneren en een verstoorde arbeidsrelatie. Palet stelde dat de medewerker niet bekwaam was voor haar functie en dat de arbeidsverhouding zodanig was verstoord dat voortzetting niet mogelijk was.
De kantonrechter stelde vast dat de medewerker sinds 1988 in dienst was en gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Diverse incidenten en klachten werden besproken, waaronder een schriftelijke waarschuwing en een interne klachtenprocedure. De kantonrechter oordeelde dat Palet zich niet als goed werkgever had gedragen, onder meer door onduidelijkheid over waarschuwingen en het niet accepteren van een ziekmelding.
De kantonrechter vond dat de voorvallen onvoldoende waren om te concluderen dat de medewerker niet geschikt was voor haar functie. Hoewel de arbeidsverhouding verstoord was, had Palet nagelaten om te onderzoeken of herplaatsing binnen de organisatie mogelijk was. Gezien de omvang van Palet had zij dit moeten doen. Het verzoek tot ontbinding werd daarom afgewezen en Palet werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van niet-herplaatsbaarheid.