ECLI:NL:RBLEE:2012:BW9135
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechter oordeelt over resultaat uit overige werkzaamheden bij verkaveling onroerende zaak
Eiser en zijn echtgenote dreven een onderneming in de vorm van een vennootschap onder firma die een vakantieverblijf exploiteerde. Na beëindiging van de onderneming werd het perceel met opstallen verkocht, waarbij een deel tot het privévermogen behoorde en een deel tot het ondernemingsvermogen. Verweerder legde een aanslag inkomstenbelasting op waarbij ook resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) werd belast voor het privé-gedeelte van de onroerende zaak.
De rechtbank beoordeelde of er sprake was van een objectieve voordeelverwachting op het moment van de bestemmingswijziging per 1 januari 2000, die een bron van inkomen kon vormen voor ROW. Verweerder stelde dat door activiteiten van eiser en zijn echtgenote een waardestijging was ontstaan, maar de rechtbank achtte dit niet aannemelijk voor het privé-gedeelte.
Verder werd een afspraak tussen partijen over een 60-40 verdeling van de opbrengst bevestigd, waarbij 60% belast werd als winst uit onderneming en/of ROW. De rechtbank oordeelde dat de aanslag moest worden verminderd omdat het privé-gedeelte niet als ROW belast kon worden. De heffingsrente werd dienovereenkomstig verminderd en het beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd omdat geen sprake is van resultaat uit overige werkzaamheden voor het privé-gedeelte van de onroerende zaak.