ECLI:NL:RBLEE:2012:BW6603
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 3.65 Wet IB bij inbreng agrarische onderneming in BV
Eiseres, die een agrarische onderneming dreef in maatschapvorm, bracht deze onderneming in 2007 geruisloos in een besloten vennootschap in. Verweerder weigerde toepassing van artikel 3.65 Wet IB, stellende dat de inbreng onderdeel was van rechtshandelingen gericht op overdracht of liquidatie van de onderneming. Eiseres stelde dat zij pas in januari 2008, gedwongen door financiële problemen, besloot tot verkoop en dat er geen sprake was van een vooraf bestaand voornemen.
De rechtbank stelde vast dat de verkoop aan [F] B.V. op 25 januari 2008 plotseling en zonder langdurige voorbereiding plaatsvond. Uit getuigenverklaringen en stukken bleek dat het voornemen tot verkoop ten tijde van de inbreng niet bestond. De rechtbank verwierp het vermoeden van verweerder dat sprake was van een samenstel van rechtshandelingen gericht op overdracht of liquidatie.
Verder wees de rechtbank het verzoek van eiseres om integrale proceskostenvergoeding af, omdat verweerder op basis van het dossier redelijkerwijs een vermoeden kon hebben. De rechtbank veroordeelde verweerder wel tot vergoeding van redelijke proceskosten. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de inbreng van de onderneming niet gericht was op overdracht of liquidatie en beveelt verweerder een nieuwe beslissing te nemen met toepassing van artikel 3.65 Wet IB.