ECLI:NL:RBLEE:2012:BW2990
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens onbevoegd gebruik en dringend eigen gebruik
De zaak betreft een geschil over de ontbinding van een huurovereenkomst van woonruimte tussen eiseres en gedaagde. Eiseres vordert ontbinding wegens onbevoegd onderverhuur of gebruik door derden, en subsidiair op grond van dringend eigen gebruik. Gedaagde betwist de onbevoegdheid en voert verweer tegen de opzegging.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde niet zonder toestemming een gemeenschappelijke huishouding met haar partner voerde, aangezien dit met medeweten van de oorspronkelijke verhuurder was overeengekomen. Hierdoor faalt de primaire vordering tot ontbinding en de boeteclaim.
Subsidiair wordt geoordeeld dat eiseres als rechtsopvolger binnen drie jaar na kennisgeving van rechtsopvolging de huurovereenkomst niet kan opzeggen wegens dringend eigen gebruik. Bovendien is onvoldoende dringendheid aangetoond en is niet gebleken dat gedaagde passende woonruimte kan verkrijgen.
De vorderingen tot ontbinding, ontruiming en schadevergoeding worden afgewezen. Beide partijen worden in de proceskosten veroordeeld, waarbij de kosten aan de zijde van gedaagde nihil zijn gesteld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot ontbinding en ontruiming af wegens het ontbreken van onbevoegd gebruik en onvoldoende dringend eigen gebruik.