ECLI:NL:RBLEE:2012:BV5589
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Strijdigheid 12%-regeling BPM met artikel 110 VWEU en proceskostenvergoeding
Eiseres, een bedrijfsmatige handelaar in voertuigen, betwistte de toepassing van de 12%-regeling in de BPM-heffing bij de registratie van een gebruikte auto. Zij had BPM betaald op basis van de inkoopwaarde nieuw, maar stelde dat dit in strijd was met artikel 110 VWEU Pro, dat discriminatie op binnenlandse en ingevoerde producten verbiedt.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage waarin werd geoordeeld dat de BPM op gebruikte auto's moet worden berekend op basis van de historische nieuwprijs verminderd met een proportionele afschrijving, en niet op de inkoopwaarde nieuw zoals de 12%-regeling voorschrijft. De rechtbank oordeelde dat de 12%-regeling daardoor in strijd is met het EU-recht en buiten toepassing moet blijven.
Verder stelde eiseres aanspraak te maken op vergoeding van haar integrale proceskosten omdat de Belastingdienst tegen beter weten in zou hebben gehandeld. De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris als mede-wetgever handelde en verwees naar het Besluit proceskosten bestuursrecht, waardoor alleen een forfaitaire vergoeding toekomt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, stelde de BPM vast op een lager bedrag dan oorspronkelijk betaald, veroordeelde de Belastingdienst tot een forfaitaire proceskostenvergoeding van € 1.092 en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vermindert de BPM tot € 11.994 en veroordeelt verweerder tot proceskostenvergoeding.