ECLI:NL:RBLEE:2011:BU5004
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens vermeende schending geheimhoudingsbeding afgewezen
In deze arbeidsrechtelijke procedure staat de geldigheid van het ontslag op staande voet centraal, gegeven wegens vermeende schending van een geheimhoudingsbeding en werkweigering door de werknemer. De werknemer was commercieel medewerkster bij de werkgever, een makelaardij, en werd op 3 januari 2011 op staande voet ontslagen. De werkgever stelde dat de werknemer het geheimhoudingsbeding had overtreden door informatie over het kantoor aan derden, waaronder de NVM, te verstrekken, en dat zij tevens had geweigerd te werken en had bedreigd.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag niet onverwijld was gegeven, aangezien de werkgever ruim drie weken na het bekend worden van de overtreding pas tot ontslag overging, en dat de werknemer zich niet schuldig had gemaakt aan werkweigering, mede gelet op een advies van de bedrijfsarts dat overleg noodzakelijk was voor werkhervatting. De bedreiging was onvoldoende onderbouwd en niet bewezen.
Verder werd vastgesteld dat de werknemer recht had op betaling van overuren, vakantiegeld, openstaande vakantiedagen en reiskostenvergoeding. De vordering van de werkgever tot betaling van een boete wegens schending geheimhoudingsbeding werd afgewezen wegens nietigheid van het boetebeding en het ontbreken van onrechtmatig handelen. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van loon en vergoedingen, met wettelijke verhoging en rente, en in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig, werkgever moet loon en vergoedingen betalen.