ECLI:NL:RBLEE:2011:BU4418
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bij ontucht met minderjarige
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens meerdere ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen oktober 2000 en oktober 2004 in de gemeente Weststellingwerf. De tenlastelegging omvatte onder meer seksueel binnendringen en betasten van de borst(en) van de minderjarige.
De rechtbank heeft het bewijs getoetst aan het wettelijk bewijsminimum zoals voorgeschreven in artikel 342, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering. Dit vereist dat naast het hoofdbewijsmiddel ten minste één ander bewijsmiddel aanwezig moet zijn dat voldoende steun geeft aan het hoofdbewijsmiddel.
Hoewel de rechtbank elementen zag die steun konden bieden aan de aangifte, achtte zij deze onvoldoende om te voldoen aan het bewijsminimum. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan wettig bewijs.
De benadeelde partij had een vordering tot schadevergoeding ingediend, maar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak van verdachte. Beide partijen dragen hun eigen kosten.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Leeuwarden op 10 november 2011.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor ontuchtige handelingen met minderjarige.