ECLI:NL:RBLEE:2011:BU2509
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatig handelen inlener bij beëindiging uitzendkracht
De zaak betreft een geschil tussen een uitzendkracht en Friesland Bank, waarbij de uitzendkracht stelt dat Friesland Bank onrechtmatig heeft gehandeld door zijn inzet als uitzendkracht met onmiddellijke ingang te beëindigen zonder hoor en wederhoor en zonder opgave van redenen.
De uitzendkracht vordert onder meer dat de kantonrechter verklaart dat Friesland Bank onrechtmatig heeft gehandeld en schadeplichtig is. Friesland Bank betwist dit en voert aan dat zij niet de werkgever is en dat artikel 7:611 BW Pro niet rechtstreeks van toepassing is op de verhouding tussen inlener en uitzendkracht, behoudens een reflexwerking.
De rechtbank overweegt dat Friesland Bank als inlener niet gehouden is om redenen voor beëindiging van de inzet te geven en geen motiveringsplicht heeft. Er is geen misbruik van bevoegdheid vastgesteld, noch bijzondere omstandigheden die onrechtmatigheid rechtvaardigen. De vorderingen worden daarom afgewezen en de uitzendkracht wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de uitzendkracht worden afgewezen wegens het ontbreken van onrechtmatig handelen door Friesland Bank.