ECLI:NL:RBLEE:2011:BT6703
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering homologatie akkoord in faillissement wegens onvoldoende zekerheid en fraude
De rechtbank Leeuwarden behandelde op 4 oktober 2011 de homologatie van een akkoord in de faillissementen van twee voormalige vennoten van een V.O.F. Het akkoord was aangenomen tijdens een verificatievergadering, maar een schuldeiser, de Onderlinge Levensverzekeringsmaatschappij, maakte bezwaar vanwege de nadelige gevolgen voor schuldeisers en het ontbreken van zekerheid over de extra vergoeding die boven de normale boedeluitkering werd beloofd.
De curator gaf aan neutraal te adviseren en stelde dat de failliet verklaarden zich hadden ingespannen om inkomen te genereren, maar dat een groot deel van de schulden was ontstaan door fraude, waarvoor een strafprocedure liep. De rechter-commissaris vond dat crediteuren met het akkoord beter af zouden zijn dan bij vereffening, maar de rechtbank oordeelde anders.
De rechtbank stelde vast dat het akkoord niet was aangenomen volgens artikel 145 Fw Pro omdat niet de vereiste meerderheid van schuldeisers met voldoende vorderingen had ingestemd. Ook vond zij dat het akkoord onvoldoende waarborgen bood dat schuldeisers daadwerkelijk meer zouden ontvangen dan bij faillissementsvereffening. Bovendien woog de betrokkenheid van fraude zwaar mee, waardoor crediteuren redelijkerwijs tegen het akkoord konden stemmen.
De rechtbank besloot daarom de homologatie van het akkoord te weigeren, waarmee schuldeisers hun verhaalsrechten op de failliet verklaarden konden blijven uitoefenen.
Uitkomst: De rechtbank weigert de homologatie van het akkoord in de faillissementen vanwege onvoldoende zekerheid en betrokkenheid van fraude.