ECLI:NL:RBLEE:2011:BR5552
Rechtbank Leeuwarden
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen DNA-afname bij culpose verkeersmisdrijven met voorlopige hechtenis afgewezen
De rechtbank Leeuwarden behandelde op 27 juli 2011 het bezwaarschrift van een veroordeelde tegen de afname en opslag van zijn DNA-profiel na een veroordeling wegens overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994. De veroordeelde was bij vonnis van 8 juni 2010 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een rijontzegging.
De verdediging voerde aan dat voor het feit geen voorlopige hechtenis mogelijk is, waardoor de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden niet van toepassing zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de wetgever met de reparatiewet van 2005 juist beoogde voorlopige hechtenis mogelijk te maken bij culpose verkeersmisdrijven met strafverzwarende omstandigheden, zoals excessieve snelheid en rijden onder invloed.
Verder stelde de verdediging dat DNA-analyse bij culpose verkeersmisdrijven weinig opsporingswaarde heeft. De rechtbank verwierp dit standpunt en wees op situaties waarin DNA-onderzoek wel degelijk relevant kan zijn, bijvoorbeeld bij ontkenning van het besturen van het voertuig.
De rechtbank concludeerde dat de officier van justitie terecht de afname en opslag van het DNA-profiel had bevolen en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het bezwaar tegen DNA-afname bij culpoos verkeersmisdrijf ongegrond.