ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ8927
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beperking aansprakelijkstelling bestuurder wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur in belastingzaken
Eiser werd door de Belastingdienst aansprakelijk gesteld voor onbetaalde loon- en omzetbelastingschulden van een vennootschap waarvan hij bestuurder was. De rechtbank stelt vast dat eiser kennelijk onbehoorlijk heeft bestuurd door onder meer het niet volledig bijhouden van de administratie en het onzakelijk betalen van kosten voor gelieerde vennootschappen.
De rechtbank oordeelt dat eiser aansprakelijk kan worden gesteld voor belastingschulden over de periode waarin hij daadwerkelijk bestuurder was en verantwoordelijk was voor het ontstaan van de schulden, namelijk tot februari 2006. Voor de loonheffing over maart 2006 is hij niet aansprakelijk omdat het UWV toen de loonbetalingen had overgenomen.
Verder wordt geoordeeld dat verweerder onvoldoende heeft aangetoond dat invorderingsrente en kosten aan eiser zijn toe te rekenen, zodat hij daarvoor niet aansprakelijk is. De aansprakelijkstelling wordt daarom beperkt tot € 41.250.
De rechtbank verklaart het beroep van eiser gegrond, vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en stelt de aansprakelijkstelling nader vast. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed aan eiser.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Uitkomst: Aansprakelijkstelling bestuurder beperkt tot € 41.250 wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur over relevante periode.