ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ3284
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H. Severein
- Y. Huizing
- G.B.A. Brummer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid afgewezen wegens schending procesorde bij bezit kinderporno
Verdachte werd beschuldigd van het bezit en verspreiden van duizenden kinderpornografische afbeeldingen en films in de periode van januari 2009 tot juni 2010. Zijn raadsman stelde niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie voor wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, onschuldpresumptie en vertrouwensbeginsel, omdat de werkgever van verdachte was geïnformeerd, wat leidde tot ontslag.
De rechtbank oordeelde dat deze gedragingen niet zonder meer het recht op een eerlijk proces schenden, zoals verankerd in artikel 6 EVRM Pro, en dat verdachte de schendingen onvoldoende feitelijk onderbouwde. De officier van justitie werd daarom ontvankelijk verklaard.
De rechtbank constateerde echter dat het onderzoek ter terechtzitting onvolledig was, met name omtrent de herkomst van kinderpornografisch materiaal op een DVD en de inhoud van bestanden op de computer van verdachte. Daarom werd de zaak geschorst en verwezen voor nader onderzoek door de rechter-commissaris.
De rechtbank bepaalde dat het onderzoek zal worden hervat op een nader te bepalen datum, waarbij verdachte opnieuw zal worden opgeroepen. De inbeslaggenomen gegevensdragers blijven onderwerp van onderzoek en verbeurdverklaring werd door het openbaar ministerie gevorderd.
Uitkomst: De officier van justitie is ontvankelijk verklaard en het onderzoek is geschorst voor nader bewijsonderzoek.