ECLI:NL:RBLEE:2011:BP1576
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onjuiste toepassing afspiegelingsbeginsel
De Vries Kozijnen heeft verzocht om de arbeidsovereenkomst met 124 werknemers, waaronder de werknemer in kwestie, te ontbinden in verband met een reorganisatie. De werknemer werkt sinds 1998 als assemblage medewerker. Tijdens de procedure is een Sociaal Plan overeengekomen dat onder meer regelingen bevat voor werknemers die gebruik maakten van deeltijd-WW.
De werknemer stelde dat hij door deelname aan deeltijd-WW in een nadeliger positie kwam, maar dit werd door de kantonrechter niet verder besproken vanwege de regeling in het Sociaal Plan. De kern van het geschil betrof de toepassing van het afspiegelingsbeginsel door De Vries Kozijnen. De kantonrechter oordeelde dat De Vries Kozijnen het afspiegelingsbeginsel niet correct had toegepast, met name door een onjuiste interpretatie van de beleidsregels van het UWV.
Het afspiegelingsbeginsel vereist een verdeling van personeel in vijf leeftijdscategorieën en een berekening per categorie van het aantal werknemers dat moet afvloeien. De Vries Kozijnen had bij gelijke decimalen achter de komma de krimp op basis van redelijkheid en evenwichtigheid verdeeld, wat volgens de beleidsregels niet is toegestaan. Hierdoor kwam de werknemer niet voor ontslag in aanmerking.
De kantonrechter concludeerde dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer moest worden afgewezen. De proceskosten werden zo verdeeld dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onjuiste toepassing van het afspiegelingsbeginsel.