ECLI:NL:RBLEE:2011:3135

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
5 juli 2011
Publicatiedatum
25 juni 2021
Zaaknummer
357233 EZ VERZ 11-50
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:174 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot verkoop woning uit nalatenschap wegens onderhoud en belangen erfgenamen

In deze zaak verzocht de gevolmachtigde van de executeur en erfgenamen om toestemming tot verkoop van een woning behorende tot de nalatenschap van de overledene. De woning verkeerde in een staat die veel onderhoud vereiste en waarvan de waarde achteruit ging. De erfgenamen hadden geen belang bij het behoud van de woning.

Tijdens de mondelinge behandeling werd een bezwaarmaker gehoord, maar de kantonrechter achtte de argumenten voor spoedige verkoop zwaarder wegen. De verkoopprijs van €245.000,-- werd onderbouwd door een makelaar en niet als onredelijk beoordeeld.

De kantonrechter benadrukte dat de machtiging alleen aan de erfgenamen werd verleend, niet aan de executeur, omdat diens bevoegdheid beperkt is tot het voldoen van schulden, welke in deze nalatenschap niet aanwezig zijn. De machtiging werd uiteindelijk verleend.

Uitkomst: Machtiging tot verkoop van de woning uit de nalatenschap wordt verleend aan de erfgenamen.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton
Locatie Leeuwarden
zaak/rolnr.: 357233 EZ VERZ 11-50
boedelregisternummer: 29006

beschikking van de kantonrechter d.d. 5 juli 2011

inzake de nalatenschap van:
[erflaatster] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
en overleden in [plaats van overlijden] op [overlijdensdatum] ,
laatst gewoond hebbende te [adres] .

Procesverloop

Op 27 mei 2011 is ter griffie ingekomen aangehecht verzoekschrift van
mr. D. Koopmans-de Boer, in de hoedanigheid van gevolmachtigde van de executeur in de nalatenschap van [erflaatster] , mede in de hoedanigheid van gevolmachtigde van de erfgenamen [A] en [B] , strekkende tot het verlenen van machtiging tot het te gelde maken van de woning en toebehoren, staande en gelegen te [adres] voor een koopsom van € 245.000,--.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van de zaak op 20 juni 2011 is [C] gehoord op het verzoek. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.
Op 27 juni 2011 is van de zijde van mr. D. Koopmans-de Boer een nadere toelichting, vergezeld van een waardeonderbouwing van [adres] ingekomen.

Motivering

Naar het oordeel van de kantonrechter kunnen op grond van artikel 3:174 BW Pro slechts [A] en [B] , nu zij als deelgenoten gerechtigd zijn tot de nalatenschap, het thans voorliggende verzoek doen. Waar namens hen gesteld is dat geen van de erfgenamen belang heeft bij de woning, dat de woning veel onderhoud vergt en dat de staat van de woning achteruit gaat, vindt de kantonrechter daarin een gewichtige reden als bedoeld in voormeld wetsartikel, voor het verlenen van een machtiging als is verzocht, zodat in die zin zal worden beslist. Daarbij betrekt de kantonrechter dat uit de nog ingezonden waardeonderbouwing, gegeven door R. Hartsema, makelaar te Heerenveen, niet blijkt dat de verkoopprijs van de [adres] van € 245.000,-- onredelijk of niet marktconform is. In verband hiermee en in het licht van de voor spoedige verkoop aangedragen argumenten gaat de kantonrechter voorbij aan de door [C] geuite bezwaren tegen de voorgenomen tegeldemaking van genoemd pand met toebehoren.
De kantonrechter wijst er daarbij uitdrukkelijk op dat deze machtiging wordt verleend aan (de gevolmachtigde van) genoemde deelgenoten en niet aan de executeur als zodanig, nu deze geen deelgenoot is en haar bevoegdheid tot het te gelde maken van goederen door zowel de wet als door erflaatster uitdrukkelijk zijn begrensd (in die zin dat zij slechts tot tegeldemaking kan overgaan voor zover nodig ter voldoening van schulden). Daarbij zij opgemerkt dat is gesteld dat de nalatenschap geen schulden heeft.

Beslissing

De kantonrechter:
verleent de gevraagde machtiging.
Aldus gegeven op 5 juli 2011 door mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, in aanwezigheid van de griffier.
c. 215/206