ECLI:NL:RBLEE:2010:BO6141
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen gezag buitenlandse echtscheidingsuitspraak wegens schijn van partijdigheid rechter
De vrouw verzoekt de rechtbank om de man te veroordelen tot betaling van onderhoudsbijdragen en schoolgelden voor hun drie kinderen, gebaseerd op een onherroepelijke echtscheidingsuitspraak van het High Court in Kameroen. De man voert verweer tegen de rechtsmacht van de Nederlandse rechter en betwist de gezagskracht van de buitenlandse uitspraak.
De rechtbank stelt vast dat de Kameroense uitspraak onherroepelijk is, maar dat deze niet uitvoerbaar is in Nederland op grond van een verdrag of wet. Volgens het commuun internationaal privaatrecht moet een buitenlandse uitspraak onder meer tot stand komen na behoorlijke rechtspleging. De rechtbank oordeelt dat dit niet het geval is omdat de vrouw zelf rechter was in het High Court waar haar echtscheidingszaak werd behandeld, wat de schijn van partijdigheid wekt.
Daarom wordt aan de buitenlandse uitspraak geen gezag toegekend. De overige verweren van de man, zoals corruptie en strijd met openbare orde, worden verworpen wegens onvoldoende concretisering. De zaak wordt aangehouden voor inhoudelijke beoordeling en partijen kunnen hoger beroep instellen tegen deze beschikking.
Uitkomst: De rechtbank kent geen gezag toe aan de Kameroense echtscheidingsuitspraak wegens schijn van partijdigheid en houdt de zaak aan voor inhoudelijke beoordeling.