ECLI:NL:RBLEE:2010:BO5150
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering toestemming vaccinatie minderjarige in kort geding
In deze zaak vordert eiser dat gedaagde wordt veroordeeld tot het geven van toestemming voor vaccinatie van hun minderjarige kinderen binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), met name de BMR-vaccinatie en de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. Eiser stelt dat vaccinatie noodzakelijk is ter bescherming van de kinderen en het gezin, waaronder een hoogzwangere echtgenote en een jong kind.
Gedaagde weigert toestemming voor de BMR-vaccinatie van een van de kinderen en heeft nog geen standpunt ingenomen over de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. Zij baseert haar weigering op vermoedens van een oorzakelijk verband tussen vaccinaties en allergieën, en bezwaren tegen de vermeende beperkte effectiviteit en risico’s van de BMR-vaccinatie. Daarnaast wijst zij op het ontbreken van spoedeisendheid en stelt dat het geschil beter in een bodemprocedure kan worden behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat er geen acuut gevaar is en vaccinaties kunnen worden ingehaald. Tevens is onvoldoende aannemelijk dat het afmaken van het RVP in het belang van de kinderen is, mede gelet op informatie van het RIVM. De vordering wordt daarom afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Vordering tot toestemming voor vaccinatie van minderjarigen wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.