ECLI:NL:RBLEE:2010:BO4263
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.G. Wijtsma
- J.R. Leegsma
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten rechtsbijstand niet verrekenen met proceskostenvergoeding rechtzoekende
De zaak betreft een geschil over de toepassing van de Wet op de rechtsbijstand waarbij de raad voor rechtsbijstand vergoedingen voor rechtsbijstand aan een rechtsbijstandverlener had verrekend met de aan de rechtzoekende toegekende proceskostenvergoeding. De eiser, een rechtsbijstandverlener, had namens een cliënt toevoegingen aangevraagd voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep tegen een belastinginspecteur. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar het gerechtshof had de kosten van het beroep en hoger beroep aan de cliënt toegekend.
De raad stelde vervolgens de vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand vast en verrekende deze met de proceskostenvergoeding die aan de cliënt was toegekend. De rechtbank oordeelt dat deze verrekening onjuist is omdat de proceskostenvergoeding aan de rechtzoekende is toegekend en niet aan de rechtsbijstandverlener. De rechtbank baseert zich hierbij op artikel 32, derde lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 en een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept de eerdere besluiten waarbij de vergoedingen waren vastgesteld en verrekend. De vergoedingen worden vastgesteld op het volledige bedrag zonder verrekening. Tevens wordt het griffierecht aan de eiser vergoed. De uitspraak kan in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de vergoedingen voor rechtsbijstand worden vastgesteld zonder verrekening met de proceskostenvergoeding.