ECLI:NL:RBLEE:2010:BM7324
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen aanslag veergeld op grond van overeenkomst en vertrouwensbeginsel
Eiser, woonachtig op het eiland De Burd, stelde zich op het standpunt dat hij op grond van een overeenkomst uit 1960 tussen het waterschap en de gemeente Idaerderadeel gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen dat hij geen veergeld hoefde te betalen voor het gebruik van de veerpont. De gemeente Boarnsterhim legde hem echter voor 2008 een aanslag veergeld op, welke aanslag eiser betwistte.
De rechtbank onderzocht de feiten, waaronder de overdracht van de pont in 1960, de exploitatie en bedieningstijden, de latere aanpassing van de pont en het convenant uit 1998 waarin nieuwe afspraken werden gemaakt over bedieningstijden en tarieven. De rechtbank oordeelde dat het oorspronkelijke vertrouwen uit 1960 gerechtvaardigd was, maar dat door het tijdsverloop van bijna 48 jaar en gewijzigde omstandigheden, zoals toegenomen verkeersaanbod en hogere kosten, dit vertrouwen niet meer in stand kon blijven.
De rechtbank stelde vast dat het convenant uit 1998 niet rechtsgeldig tot stand was gekomen jegens eiser, maar dat de gemeente met ingang van 1998 een vergoeding vroeg aan vaste bewoners, waarmee een overgangsperiode was gecreëerd. De aanslag veergeld voor 2008 was daarom terecht opgelegd. Daarnaast faalde het beroep van eiser op onjuiste begrotingsuitgangspunten en misleiding bij de vaststelling van de verordening veergeld voor latere jaren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag veergeld 2008 wordt ongegrond verklaard.