ECLI:NL:RBLEE:2010:BL1108
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2001 wegens waardering inbreng onderneming in v.o.f. niet gegrond
Eiseres bracht haar onderneming, een camping, per 18 maart 2001 in een vennootschap onder firma (v.o.f.) in samen met haar dochter en schoonzoon. Hierbij werd een taxatierapport van een erkend taxateur gebruikt om de waarde van de onderneming vast te stellen, waarbij stille reserves en goodwill voor een bedrag van f 140.000 werden voorbehouden. De camping werd later in 2002 verkocht voor een hogere prijs.
De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag IB/PVV 2001 op, stellende dat de werkelijke waarde van de onderneming bij inbreng hoger was dan de getaxeerde waarde, en dat daardoor een deel van de stille reserves onterecht was voorbehouden. Tevens werd een vergrijpboete opgelegd wegens vermeende opzet of grove schuld.
De rechtbank oordeelt dat eiseres zakelijk heeft gehandeld en dat de taxatiewaarde een juiste going-concernwaarde weerspiegelt. Er was geen verkoopvoornemen ten tijde van de inbreng en de hogere verkoopprijs in 2002 is niet relevant voor de waardering in 2001. De navorderingsaanslag, boete en heffingsrente worden daarom vernietigd en het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Navorderingsaanslag, boete en heffingsrente inkomstenbelasting 2001 worden vernietigd en beroep gegrond verklaard.