ECLI:NL:RBLEE:2010:BK9078
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing erfdienstbaarheid wegens ontbreken redelijk belang heersend erf na aanleg eigen uitweg
In deze civiele zaak vorderen [eisers] c.s. de opheffing van een erfdienstbaarheid die het recht van reed over hun perceel aan [gedaagden] c.s. verleent. De erfdienstbaarheid is gevestigd ten behoeve van het perceel van [gedaagden] c.s. om toegang te krijgen tot de openbare weg. Na de samenvoeging van twee percelen en de aanleg van een eigen dam met uitweg door [gedaagden] c.s., is er een geschil ontstaan over het voortbestaan van deze erfdienstbaarheid.
De rechtbank stelt vast dat [gedaagden] c.s. een eigen uitweg naar de openbare weg hebben gerealiseerd die breed genoeg is voor al het verkeer. Het feit dat zij deze uitweg afsluiten met een hek zonder aparte voetgangers-/fietsersingang, is een eigen keuze die niet ten koste mag gaan van [eisers] c.s. Hierdoor ontbreekt een redelijk belang bij het voortduren van de erfdienstbaarheid.
De rechtbank wijst de vordering tot opheffing van de erfdienstbaarheid toe op grond van artikel 5:79 BW Pro en overweegt dat de kosten van de dam deels door [eisers] c.s. gedragen dienen te worden. De vorderingen tot parkeerverbod worden afgewezen omdat de erfdienstbaarheid zal worden opgeheven. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing over de schadeloosstelling.
Uitkomst: De erfdienstbaarheid wordt opgeheven omdat het heersende erf een eigen uitweg heeft en geen redelijk belang meer bij de erfdienstbaarheid bestaat.