ECLI:NL:RBLEE:2009:BO2757
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling vaderschap na geslachtsverandering
Verzoekster sub 2 heeft de rechtbank verzocht vast te stellen dat verzoekster sub 1 de vader is van de minderjarige [X], geboren uit een IVF-behandeling met ingevroren sperma van verzoekster sub 1. Verzoekster sub 1 is geboren als man, maar heeft in 2005 een geslachtsaanpassende operatie ondergaan en is sindsdien juridisch vrouw.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:28c BW de geslachtswijziging gevolgen heeft vanaf de datum van de latere vermelding in de geboorteakte, waardoor verzoekster sub 1 sinds 15 augustus 2005 als vrouw wordt aangemerkt. Artikel 1:207 BW Pro stelt dat het vaderschap alleen kan worden vastgesteld voor een man die heeft ingestemd met een daad die de verwekking tot gevolg kan hebben gehad. Verzoekster sub 1 was ten tijde van de IVF-behandeling en geboorte geen man meer, zodat zij geen juridische vader kan zijn.
Hoewel verzoeksters zich subsidiair beroepen op het belang van het kind volgens artikel 3 IVRK Pro, acht de rechtbank dat de wetgever heeft beoogd te voorkomen dat een juridisch geslacht tegengesteld aan het biologische geslacht juridische ouderschap geeft. De rechtbank acht het belang van een liefdevol gezinsleven en professionele begeleiding zwaarder dan het juridische vaderschap. De weg van adoptie staat open om juridisch ouderschap te verkrijgen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het vaderschap is afgewezen omdat verzoekster juridisch vrouw is en geen vader kan zijn.