ECLI:NL:RBLEE:2009:BK8772

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
24 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
269271 \ CV EXPL 08-10454
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P. Schulting
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering vergoeding verhuis- en herinrichtingskosten huur bedrijfsruimte

In deze bodemzaak tussen Cockerelle B.V. en de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Metalektro stond de vergoeding van verhuis- en herinrichtingskosten centraal. Cockerelle vorderde een vergoeding van circa €600.000,00, gespecificeerd in diverse kostenposten.

De kantonrechter overwoog dat Cockerelle onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij haar bedrijf daadwerkelijk elders zou voortzetten. Hoewel een makelaar was ingeschakeld om een alternatieve locatie te zoeken, was dit nog niet gelukt en was de interesse in een mogelijke locatie te vrijblijvend. Bovendien had Cockerelle de verhuizing afhankelijk gesteld van de hoogte van de vergoeding.

De rechtbank kwalificeerde diverse kostenposten als niet-verhuis- of inrichtingskosten en achtte de overige kosten te hoog, mede vanwege het ontbreken van inzicht in de staat van de huidige inrichting en afschrijving. Redelijkheid en billijkheid leidden tot een aanzienlijke matiging van de gevorderde kosten.

Gelet op deze omstandigheden wees de rechtbank de vordering tot vergoeding van verhuis- en herinrichtingskosten af en veroordeelde Cockerelle in de proceskosten van de tegenpartij.

Uitkomst: De vordering tot vergoeding van verhuis- en herinrichtingskosten wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector kanton
Locatie Leeuwarden
zaak-/rolnummer: 269271 \ CV EXPL 08-10454
vonnis van de kantonrechter d.d. 24 november 2009
inzake
de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Metalektro,
hierna te noemen: de Stichting,
gevestigd te Haarlemmermeer,
gedaagde in reconventie,
gemachtigde: mr. K.E.M. Timmermans,
tegen
De besloten vennootschap Cockerelle B.V.,
hierna te noemen: Cockerelle,
gevestigd te Nieuwegein,
eiseres in reconventie,
gemachtigde: Mr. J.W. Adriaansens.
Procesverloop
1. Ingevolge het tussenvonnis van 21 juli 2009 hebben partijen iedere een akte genomen.
Vervolgens is wederom vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.
Motivering
2. De kantonrechter neemt hier over hetgeen hij heeft overwogen en beslist bij voormeld tussenvonnis.
De verdere beoordeling van het geschil
3. In voormeld tussenvonnis is door de kantonrechter onder meer overwogen dat Cockerelle aannemelijk zal moeten maken dat zij haar bedrijf elders zal voortzetten.
4. Cockerelle heeft daarop bij akte na tussenvonnis aangegeven dat zij een makelaar opdracht heeft gegeven een alternatieve locatie te zoeken, maar dat dit tot op heden nog niet is gelukt. Cockerelle heeft ter onderbouwing hiervan een brief van Hellema Makelaars d.d. 10 september 2009 overgelegd. In deze brief schrijft Hellema Makelaars -voor zover van belang- het volgende:
De heer [X] heeft mij naar aanleiding van een aan hem gezonden brief, waarin ik een locatie aanbood, benaderd met het verzoek belangstelling te hebben voor een horecalocatie, vergelijkbaar als zijn huidige, in Leeuwarden.
Enkele maanden geleden hebben de heer [X] en ondergetekende enkele uren door de stad gewandeld om naar mogelijk geschikte locaties te kijken.
Er is in beginsel een locatie disponibel, waarvoor de heer [X] belangstelling heeft en binnenkort zullen wij de propositie nader bestuderen.
De inhoud van deze brief laat weliswaar zien dat Cockerelle op enig moment belangstelling heeft getoond voor andere bedrijfsruimte in Leeuwarden, maar voor het overige is de brief zo vrijblijvend geformuleerd dat hij niet aannemelijk maakt dat Cockerelle ook daadwerkelijk zal verhuizen naar een andere locatie.
5. Ook heeft Cockerelle in haar akte aangegeven dat er eerst duidelijkheid moet komen over de hoogte van de toe te kennen vergoeding, alvorens zij zal overgaan tot het huren van alternatieve bedrijfsruimte. Vervolgens heeft Cockerelle in haar akte becijferd dat de totale verhuis- en inrichtingskosten ongeveer € 600.000,00 zullen bedragen, volgens navolgende specificatie:
Verhuiskosten
1. € 27.973,93 voor het verwijderen en opslaan van de inboedel;
2. € 2.700,00 voor nieuw drukwerk;
3. € 1.500,00 voor waardeloos geworden drukwerk;
4. € 750,00 voor aanpassingen van de website;
5. € 81.365,80 voor ontslagvergoedingen;
6. € 10.000,00 adviseurkosten in verband met de ontslagvergoedingen;
7. € 12.651,25 omzetderving wegens ontruiming rond de feestdagen in december;
Inrichtingskosten
8. € 382.000,00 herinrichtingskosten op basis van de huidige situatie;
9. € 28,650,00 adviseurskosten in verband met de herinrichting;
10. € 10.000,00 onvoorzien;
11. € 25.000,00 voor kosten niet opgenomen zaken;
12. € 10.000,00 aanloopverliezen eerste maand;
13. € 5.000,00 advertentiekosten.
6. De kantonrechter overweegt dat de kosten genoemd onder 5, 6, 7 en 12 niet zijn aan te merken als verhuis- of inrichtingskosten en om die reden niet voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. De overige kosten acht de kantonrechter zodanig hoog dat hij, indien verhuis en/of inrichtingskosten aannemelijk worden, voor onverkorte toewijzing ervan geen grond ziet. Hierbij is ook van belang dat Cockerelle geen inzicht heeft gegeven in de staat van inrichting van haar bedrijf, terwijl mag worden aangenomen dat de investeringen die Cockerelle in het gehuurde heeft gedaan inmiddels geheel of gedeeltelijk zijn afgeschreven. Dit betekent dat met name de onder 8 genoemde herinrichtingskosten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanzienlijk gematigd zullen worden. Voor toewijzing van de kosten onder 9,10 en 11 lijkt uit oogpunt van redelijkheid en billijkheid evenmin weinig grond.
Ook indien er rekening mee wordt gehouden dat de eventuele verhuizing en herinrichting van het bedrijf van Cockerelle niet onaanzienlijke kosten met zich mee zullen brengen, zullen die kosten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, naar verwachting niet meer bedragen dan € 50,000,00. Dit bedrag wijkt aanzienlijk af van hetgeen door Cockerelle is gevorderd. Nu Cockerelle de verhuizing afhankelijk heeft gesteld van de hoogte van de aan haar toe te kennen vergoeding, maakt dit te minder aannemelijk dat Cockerelle verhuis- en inrichtingskosten zal maken.
Gelet hierop zal de vordering die strekt tot vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten worden afgewezen.
Gelet ook op hetgeen is overwogen en beslist in voormeld tussenvonnis ter zake van de overige vorderingen in reconventie, zullen alle vorderingen worden afgewezen.
7. Cockerelle zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in reconventie.
Beslissing
De kantonrechter:
in reconventie
wijst de vorderingen af;
veroordeelt Cockerelle in de kosten van deze procedure in reconventie, tot op heden aan de zijde van de Stichting begroot op € 450,00 (2 punten à € 225,00) wegens salaris;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mr. P. Schulting, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 november 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.
c 73