ECLI:NL:RBLEE:2009:BK4461

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
12 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/683
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 Wet op de rechtsbijstandArt. 6:13 AwbArt. 6:24 AwbAfdeling bestuursrechtspraak Raad van State uitspraak LJN AI5692
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering toevoeging voor rechtsbijstand bij verzoek voornaamswijziging wegens ontbreken ernstige maatschappelijke belemmering

Eiseres heeft een toevoeging aangevraagd voor rechtsbijstand bij het indienen van een verzoek tot voornaamswijziging. De Raad voor Rechtsbijstand wees deze aanvraag af omdat de kosten niet in redelijke verhouding stonden tot het belang van de zaak. Eiseres stelde dat zij hinder ondervond in haar maatschappelijk functioneren en dat de naamswijziging noodzakelijk was op grond van het gewoonterecht van de Rooms-Katholieke kerk waartoe zij behoort.

De rechtbank oordeelde dat het beleid van de Raad om geen toevoeging te verlenen tenzij sprake is van ernstige maatschappelijke belemmering niet onredelijk is. Eiseres had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij zodanige hinder ondervond dat zij ernstig werd belemmerd in haar maatschappelijk functioneren. De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en stelde dat uit de brief van de pastoor en de toewijzing van het verzoek door de rechtbank Dordrecht niet volgt dat er sprake was van een ernstige belemmering.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van toevoeging voor rechtsbijstand bij een verzoek tot voornaamswijziging is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector bestuursrecht
procedurenummer: AWB 09/683
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 november 2009 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
in het geding tussen
[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,
gemachtigde: mr. I.M. Hidding, advocaat te Nieuw-Amsterdam,
en
de Raad voor Rechtsbijstand te Leeuwarden (hierna: de Raad), verweerder,
gemachtigde: mr. K.A. Hofstra, werkzaam bij de Raad.
Procesverloop
Bij brief van 18 februari 2009 heeft de Raad [eiseres] mededeling gedaan van zijn besluit op bezwaar van 16 februari 2009 betreffende de toepassing van de Wet op de rechtsbijstand (WRB). Tegen dit besluit heeft [eiseres] beroep ingesteld.
De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 5 november 2009. Namens de Raad is haar gemachtigde verschenen.
Motivering
Feiten
1.1 Op 11 september 2008 heeft de gemachtigde van [eiseres] een aanvraag om een toevoeging, als bedoeld in de WRB, ingediend ten behoeve van het verlenen van rechtsbijstand in verband met het bijstaan van eiseres terzake het indienen van een verzoek tot voornaamswijziging.
1.2 Bij besluit van 27 oktober 2008 heeft de Raad de toevoegingsaanvraag afgewezen op de grond dat de aan de te verlenen rechtsbijstand verbonden kosten niet in redelijke verhouding staan tot het belang van de zaak.
1.3 Bij het bestreden besluit heeft de Raad het bezwaar tegen het besluit van 27 oktober 2008 ongegrond verklaard.
Geschil
2.1 De gemachtigde van [eiseres] stelt zich op het standpunt dat de Raad ten onrechte heeft geweigerd een toevoeging te verlenen. Daartoe heeft zij aangevoerd dat [eiseres] in haar maatschappelijk functioneren aantoonbaar hinder ondervindt van het feit dat zij geen drie voornamen heeft. De naamswijziging is gebaseerd op het gewoonterecht van de Rooms-Katholieke kerk, waartoe zij behoort. [eiseres] vindt het belangrijk haar geloof uit te kunnen oefenen in overeenstemming met dit gewoonterecht. Door de weigering van de toevoeging wordt [eiseres] belemmerd in de uitoefening van haar recht op vrijheid van godsdienst. Uit het feit dat de rechtbank de voornaamswijziging heeft toegewezen, blijkt dat de rechtbank kennelijk van mening is dat sprake is van zwaarwichtige belangen voor voornaamswijziging. Voorts wijst de gemachtigde van [eiseres] op een brief van [pastoor] van 19 september 2008.
2.2 De Raad handhaaft het bestreden besluit. Zij stelt zich op het standpunt dat [eiseres] niet zodanige hinder ondervindt van de huidige voornaam, dat zij ernstig in haar maatschappelijk functioneren wordt belemmerd, zodat wijziging niet direct noodzakelijk is.
Beoordeling van het geschil
3.1 Ingevolge artikel 12, tweede lid, aanhef en onder b, van de WRB wordt geen rechtsbijstand verleend indien de aan de te verlenen rechtsbijstand verbonden kosten niet in redelijke verhouding staan tot het belang van de zaak.
3.2 De Raad hanteert in dit kader het beleid dat geen toevoeging wordt verleend voor een naamswijziging, tenzij de rechtzoekende zodanige hinder ondervindt van de huidige voornaam, dat hij ernstig in zijn maatschappelijk functioneren wordt belemmerd. Dit beleid is naar het oordeel van de rechtbank niet kennelijk onredelijk of anderszins rechtens onjuist te achten.
3.3 Vast staat dat de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op het verlenen van rechtsbijstand bij een verzoek tot voornaamswijziging. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat [eiseres] niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij van haar oorspronkelijk voornaam zodanige hinder ondervond, dat zij ernstig werd belemmerd in haar maatschappelijk functioneren. De rechtbank verwijst in dit kader naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 februari 1999 (gepubliceerd onder LJN AI5692). De rechtbank is in het bijzonder van oordeel dat [eiseres] niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij zonder de naamswijziging niet gedoopt kon worden en geen lid kon worden van de Rooms-Katholieke kerk of dat zij haar geloof niet kon uitoefenen. Dit kan met name niet worden afgeleid uit de brief van [pastoor]. Van een belemmering in de uitoefening van het recht op vrijheid van godsdienst is dan ook geen sprake. Uit het feit dat de rechtbank Dordrecht het verzoek tot naamswijzing heeft toegewezen kan niet worden afgeleid dat de oorspronkelijke naam leidde tot een ernstige belemmering in het maatschappelijk functioneren.
3.4 Het voorgaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat het beroep ongegrond is.
Proceskosten
4. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven door mr. E.M. Visser, rechter, in tegenwoordigheid van mr. F.F. van Emst als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 november 2009.
w.g. E.M. Visser
w.g. F.F. van Emst
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat voor partijen hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:13 gelezen Pro in samenhang met artikel 6:24 van Pro de Awb.
Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:
de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Postbus 20019
2500 EA Den Haag
In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.